12x hoe doen andere ouders dat?

Soms val ik bijna om van verbazing als ik naar andere ouders kijk.
Dan denk ik: hoe doen ze dat?! Zo verbaas ik me erover

1) dat hun huis er onberispelijk uitziet als je onverwacht op visite komt. 
En dat terwijl de kinderen net koekjes gebakken hebben.
Bij mij ziet het er al uit als de VAM wanneer de kinderen een koekje gegéten hebben. De laatste keer dat mijn huis helemaal netjes was, was de dag voordat mijn oudste geboren werd en die is in september 10 geworden.

2) dat de haren van hun dochters zo kunstzinnig ingevlochten zijn dat ik me afvraag of ze zijn afgestudeerd aan de technische universiteit.
En dat aan het eind van de schooldag die haren nog steeds in model zitten.
Ik maak als ik ’s ochtends héél veel tijd over heb wel eens een paardenstaart bij mijn twee meiden. En als dat binnen een kwartier lukt ben ik nog trots op mezelf ook.

3) dat hun kinderen nooit iets ergers zeggen dan ‘chips’ (in plaats van ‘shit’).
En dat die ouders dan zeggen: “Want ik vind dat niet klinken uit zo’n klein mondje.”
Euh, ja. Als mijn peuter een lelijk woord zegt, sta ik ook niet per se te applaudisseren.
Maar zeg nou zelf, als je jezelf tijdens het timmeren een blauwe duim slaat, klinkt ‘oh jeetje zeg, chips’ ook niet.
Echt, géén idee hoe andere ouders dat doen. Waarschijnlijk kunnen die zich gewoon beter inhouden dan ik. Of ze zijn nooit gefrustreerd, of zo.

4) dat hun kinderen netjes meelopen in de supermarkt en niet zeuren om chips.
Of slechts héél eventjes zeuren en dat de ouders dan zeggen: “Josephine en Olivier, nu ophouden anders krijg je vanavond geen toetje.”
En dat die kinderen dan ook daadwerkelijk ophouden.

5) dat hun kinderen er altijd netjes uitzien zonder vlekken op hun kleren.
Kleding met een vlek blijft bij mijn kinderen gewoon aan totdat ze naar bed gaan hoor.
Andere ouders hebben van wassen draaien, drogen, strijken en opvouwen zeker hun hobby gemaakt. Of ze hebben een huishoudster. Ik dus niet.

6) dat ze tijd hebben om nieuwe, biologische recepten uit te proberen met quinoa en adukibonen en rechtsdraaiende linzenyoghurt.
En dat die gerechten dan nog lukken ook. En dat de kinderen ervan eten.
Het enige wat er bij mij gebeurt als ik iets aparts wil proberen is dat niet de yoghurt, maar ikzelf doorgedraaid raak. En dat we uiteindelijk patat eten.

7) dat hun kinderen netjes eten.
En dat, omdat de ouders niet tegen gesmeer kunnen, hun kind pas zelf met een lepel mocht eten ‘toen hij het kón’.
Huh? Hoe kan je kind iets kunnen als hij het nooit gedaan heeft?
Als mijn peuters aan het eten zijn zit er soms broccoli op het plafond. En als mijn tienjarige eet trouwens ook nog weleens.
Waarschijnlijk had ik tot hun achttiende moeten wachten met ze zelf laten eten of zo. Maar goed, in ieder geval wordt hier goed gegeten. En heb ik gelukkig geen smetvrees.

8) dat ze dingen zeggen als: “Dat zou mijn kind nóóit doen.”
En dat ze dat dan nog ménen ook, omdat hun kind toevallig een heel makkelijk karakter heeft. Maar dat die ouders dan denken dat het komt omdat zij zo geweldig goed kunnen opvoeden.
En dat ze daar dan ook nog over opscheppen.
Ik zeg natuurlijk óók weleens dat mijn kind zoiets nooit zou doen. Maar dan heb ik het over luisteren.

9) dat ze er uitgerust uitzien.
En dat dat dan volgens henzelf komt omdat ze zulke relaxte ouders zijn. En dat de baby daarom al doorslaapt sinds hij een week oud was.
Of omdat ze zo verstandig zijn om te gaan slapen als de baby slaapt. Nou weet ik niet hoe ze dat voor elkaar krijgen, want mijn baby’s sliepen steeds heel kort en dat dertig keer op een dag.
Bovendien heb ik ook een huishouden te runnen. Als je slaapt wanneer de baby slaapt, moet je zeker opruimen als de baby opruimt.

10) dat hun kinderen zichzelf lief vermaken in plaats van continu op je schoot willen zitten en overal om huilen.
Maar waarschijnlijk is dat heel normaal en weet ik gewoon niet meer hoe het hoort, want mijn jongste was een huilbaby.
Ik heb mezelf weleens tegen mijn man horen zeggen: “Kun jij even gaan kijken wat er aan de hand is, ik hoor hem niet huilen.”
Soms wenste ik dat we hem gewoon eens 12 uur per dag uit konden zetten. En dat hij de andere 12 uur sliep.
Godzijdank is hij geen huilbaby meer. (Hij is nu een huilpeuter.)

11) dat ze, nog fanatieker dan hun kinderen, meedoen aan alle supermarktacties waarbij je voor iets moet sparen.
En dat het ze dan ook nog lukt om voor al hun kinderen apart de collectie compleet te krijgen.
(Sowieso begrijp ik die acties nooit zo goed. Je moet soms zóveel punten sparen dat het gewoon niet te doen is. Alsof ooit iemand het voor elkaar krijgt om voor €2886,- in de maand boodschappen te doen.
Mijn moeder heeft sinds de jaren ’70 punten van Douwe Egberts gespaard. Het zijn er inmiddels drie miljard en nog wat. Ze kan nu met korting een theelepel kopen.)
En dat die kinderen er dan ook nog blij mee zijn in plaats van de spullen achteloos in een hoek te laten slingeren.

12) dat ze met het hele gezin gaan kamperen in Frankrijk.
En dat ze daar heel relaxed onder blijven en het zelfs ‘vakantie’ noemen in plaats van ‘strafkamp voor ouders’.
Wij gaan met onze vier kinderen ook weleens weg. Maar ik raak dan dus wél ontzettend in de stress, omdat ik moet zorgen voor voldoende kleding, luiers, speelgoed, zonnebrandcrème, spenen, flessen, een tekentang, badkleding en handdoeken, anti-muggenstift, klamboes, reserveschoenen, regenjassen en -laarzen en genoeg eten en drinken voor onderweg.
En dan gaan we alleen nog maar naar de súpermarkt.

Lees ook: 20 Prima redenen om ruzie te maken (volgens mijn kinderen)

3 reacties Voeg de jouwe toe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *