kinderen,  ontwikkeling,  opvoeden,  ouderschap,  peuter

Wat je vooral niet moet doen als je een peuter hebt

Doe dit niet!

Verwachten dat hij z’n sokken die je hem een minuut geleden aantrok nog aan heeft als je z’n schoenen uit de gang gehaald hebt.

Z’n brood in vier stukjes snijden, want het moet in acht stukjes.

Z’n brood in acht stukjes snijden, want het moet in vier stukjes.

Het blauwe bord geven, want hij wil het groene.

Denken dat hij oren heeft om een andere reden dan om er een zonnebril op te zetten.

Hem wantjes aantrekken als het vriest.

Zeggen dat hij geen chips mag.

Spinazie te eten geven als je witte muren hebt.

Spullen laten staan binnen zijn bereik, want het gaat KAPOT.

Denken dat hij het voor één keertje wel oké vindt om iets anders te lezen dan Rupsje Nooitgenoeg.

Het knopje van het stoplicht zelf indrukken.

Vergeten het snoepje te geven dat je hem beloofde (hij herinnert je eraan op het moment dat je hem naar bed wilt brengen).

Spaghetti te eten geven als je een wit plafond hebt.

Überhaupt te eten geven als je gehecht bent aan je meubels.

Het groene bord geven, want hij wil het blauwe.

De Sudocrem vergeten op te ruimen.

Laten kiezen wat hij op brood wil als je haast hebt.

Niet laten kiezen wat hij op brood wil als je haast hebt.

Nee zeggen in het algemeen.

Proberen hem vast te zetten in z’n autostoel (hij wil het ‘zelluf doen’).

Beloven dat hij een brommer mag als hij 16 is (hij ONTHOUDT het).

Z’n tanden proberen te poetsen.

18 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *