opvoeden,  peuter

Help! Een monster in ons huis!

Mijn peuter denkt dat er een monster onder haar bed woont. Dat komt zo: ze heeft een levendige fantasie.
En een heel gemene grote zus van 7 die in dezelfde kamer slaapt. En die in de fantasieën meegaat, in plaats van ze te ontkrachten.
Bovendien heeft de peuter dondersgoed in de gaten hoe het spelletje gaat van je bedtijd zo láng mogelijk rekken.
Als ze moet gaan slapen, is het iedere avond weer een drama. Om te beginnen moeten de gordijnen volledig dicht zijn zonder een enkel kiertje licht door te laten, anders is het te licht. Vervolgens moet er een lampje aan, anders is het te donker.
Voorts heeft ze haar speen, een bekertje water en haar favoriete knuffel nodig. En dan moet er gekust worden. Op de mond, op mama’s linkerwang, op mama’s rechterwang, op de linkerwang van de peuter én op de rechterwang van de peuter. En dat in een bepaalde volgorde, want als die niet klopt is álles mislukt en moet het opnieuw.
Als ik dan ein-de-lijk naar beneden kan gaan, dan ligt er opeens een monster in het bed. En eentje erónder.
Tsja. Hoe leg je aan een peuter uit dat monsters niet bestaan als je er zelf vier hebt geproduceerd?
“Schatje, je hoeft niet bang te zijn voor monsters, want die bestaan niet.”
Grote zus: “Jawel hoor! Gisteren heb ik hem zélf gehoord.” (En bedankt.)
“Euh, nou, papa is toch heel groot en sterk? Die jaagt ze wel weg.”
Ja, heel slim mam, om te bevestigen dat monsters bestaan. Goeie zet.
De peuter knikt echter opgelucht: “Het monster is bang voor papa.”
Grote zus weer: “Maar als het monster dan heel zachtjes doet op de trap?”
(Gratis advies: neem nooit méér dan één kind, als het nog kan.)
De peuter kijkt me verschrikt aan en ik zeg snel: “Het monster kan toch niet naar binnen, de deur is op slot.”
“Ja maar,” weet grote zus, “dan komt hij gewoon door het raam.”
(Echt balen dat je kinderen niet gewoon soms knock-out mag slaan.)
“Nou,” denk ik briljant te zijn: “dan verstop je je maar onder je deken.”
Yeah, right mam. Alsof zo’n monster denkt: “Ik ga haar OPETEN!!! Oh, wacht, ze ligt onder een dekentje. Laat dan maar.”
“Maar schatje,” ga ik verder, “ik heb hier in huis nog nooit een monster gezien.”
Grote zus (uiteraard) weet zéker dat ze er wel zijn. “Je ziet ze ook niet, want ze zijn onzichtbaar.”

Lees ook: Mam, ik kan niet slapen!

(Iemand een kind kopen?)
De peuter: “Hij gaat in mijn bed.”
Ik, ten einde raad: “Ja en ik slaap iedere nacht naast je vader. Dus niet zeuren en nu gewoon gaan liggen.”
Grote zus: “Dat kan niet, want dan komt het monster dus.”
(Aaarrrgghh.)
“Dames, slapen gaan.”
De peuter met schrikogen: “Maar er zit een monster onder mijn bed.”
“Helemaal niet. Ze ligt een bed verderop. Welterusten.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *