huis en inrichting,  televisie

Rijp voor een inrichting

Als de kinderen ’s avonds liggen te slapen, kijk ik graag naar woonprogramma’s. Binnenkijken in huizen vind ik leuk.
Soms doe ik er inspiratie op (ook weleens voor hoe ik het zelf niét wil).
Maar ik zit me meer dan eens te verwonderen over de reacties op een woning.
Mensen die een huis bezichtigen en het volledig afkraken omdat ze de meubels lelijk vinden. Bizar; je koopt de méubels toch niet.
Ons huis was bij de bezichtiging ingericht met gifgroene meubels en had oranje kozijnen. Wij zágen dat natuurlijk wel, maar je beoordeelt een huis toch op de indeling, de ligging en de ruimte en niet op hoe de vorige bewoner het ingericht heeft. We waren allang blij dat we een ander huis gevonden hadden, want ons vorige huis (door ons liefkozend ‘het krot’ genoemd) was een stuk kleiner, slechter onderhouden en als klap op de vuurpijl ook nog veel duurder. Het is maar waar je je prioriteiten legt.
De vrouw van mijn neef merkte op: “Je kunt een huis beter bezichtigen als het lelijk is ingericht dan wanneer het door een architect gedaan is. In het eerste geval kan het met je eigen meubels alleen maar beter worden en in het tweede geval alleen maar slechter.” En gelijk heeft ze.
Je hoort op tv ook vaak een stylist ‘professioneel’ commentaar geven.
“Hier hebben ze een poging gedaan om het gezellig te maken,” vul ik in gedachten altijd aan met “maar het is niet gelukt.”
“Je ziet duidelijk dat de bewoners niet weten wat hun smaak is,” betekent volgens mij niets anders dan “Ze hebben géén smaak.”
Maar gelukkig zijn daar de reddende engelen die verstand van smaak hebben. En dan komen ze je huis volledig strippen en opnieuw inrichten, zodat het wél smaakvol (lees: volgens de laatste mode) wordt.
Als iemand zegt: “Dat beeldje heb ik van mijn overleden opa en ik wil het graag houden,” dan kun je er donder op zeggen dat de stylisten het ergens in een hoekje wegmoffelen. Of ze geven het een andere kleur, zodat het beter bij de rest van de spullen past.
En zeggen mensen dat ze een hekel hebben aan de kleur blauw, dan krijgen ze, jawel, negen van de tien keer een blauwe muur. Dat wordt dan als volgt verklaard: “Zo kunnen ze zien dat blauw óók heel móói kan zijn.”
Tsja, een eigen smaak mag je niet hebben natuurlijk. Als je zegt dat je blauw spuuglelijk vindt, heb je zeker al die jaren deze specifieke kleur blauw voor rood aangezien.
In een woonprogramma dat ik vaak zie is in iedere aflevering de – in mijn ogen prima – trap hoognodig aan vervanging toe. (Dat is uiteraard toeval en heeft niets te maken met het feit dat ze gesponsord worden door een bedrijf dat zich bezighoudt met traprenovatie.)
Keurige keukens worden met een sloophamer bewerkt omdat de greepjes op de kasten een beetje verouderd zijn. Geef die keukens dan tenminste aan iemand die er wél blij mee is, vind ik altijd.
Is het huis eenmaal onherkenbaar veranderd, dan mogen de bewoners terugkeren. Gelukkig zijn ze meestal heel eensgezind dolblij met hun ‘nieuwe’ huis en gaan ze dingen roepen als: “Wauw, dit is echt óns huis” en “Jeetje, wat persoonlijk, dat hadden we zelf nooit gekund.” Op zijn zachtst gezegd best merkwaardig dat mensen dat kunnen zeggen over hun huis, wanneer het compleet is ingericht door een vreemde.
Maar hoewel ik het leuk vind om te zien, vind ik zelf de make-overs vaak helemaal niet zo fantastisch. Ik heb namelijk niets met lampen die eruit zien als een droogkap of wasmand met een fitting. Maar dat zal waarschijnlijk wel komen doordat ik geen smaak heb. Of misschien wel doordat sommige woonkamers er na een make-over uitzien alsof een kleuter er iets te enthousiast ‘The Sims’ gespeeld heeft.
Zo herinner ik me nog een doorzichtige rioolbuis dwars door een woonkamer, een tapijt van echt gras (“Schat, ik ga even het kleed maaien”) en een huis dat na afloop van de metamorfose meer neonkleuren had dan een testbeeld. En de bewoners maar roeptoeteren hoe fantástisch het was geworden (waarschijnlijk kregen ze daarvoor betaald of zo).
Wat me ook opvalt is dat de beelden van hoe het éérst was altijd gemaakt zijn met daglicht. En de beelden van ná de make-over in het donker met sfeerverlichting. Ja, zo kan ik het ook wel. Met de juiste lampjes krijg je zelfs een operatiekamer nog knus.
Toen wij net in ons nieuwe huis woonden, was het ’s avonds ook heel gezellig. Wat dan zag je toch niet dat er nog behangen moest worden. Maar overdag viel het natuurlijk wel op. Iemand die op visite kwam presteerde het om te zeggen: “Oh, nog geen behang? Dat is wel behelpen zeg.”
Nou! Een culinaire sterrenmaaltijd koken op een eenpitsgasbrander is er niks bij joh.
Eigenlijk is het hopeloos met ons gesteld.
De muren zijn inmiddels behangen, maar niet met klimop. We hebben geen verlichte wasmand boven de eettafel en we hebben ook nog een géle badkamer.
Toch eens kijken of we niet iemand kunnen inhuren die ons kan vertellen hoe ons huis er eigenlijk uit zou moeten zien. Want met spullen die een ander uitkiest wordt het misschien wél ‘helemaal van ons’.
Alles om te voorkomen dat onze kinderen een rotjeugd hebben vanwege de verkeerde kleur badkamer en onze vreselijk ouderwetse lampen die eruit zien als, heel gek, lampen.
Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen.
En als ze later dan tóch in een inrichting eindigen, hoop ik maar dat het wel een betere is dan die wij nu hebben…

Lees ook: Hoe krijg je een man aan het huishouden

2 reacties

  • Marleen

    Ik vind het ook heerlijk om te kijken, waarom begrijp ik niet goed, ik denk toch leedvermaak. Dan hoor ik mezelf weer roepen: schat, ze gaan de trap renoveren, je verwacht het niet.
    De kaarsen en foto’s zijn ook gesponsord. Een kunstenaar in de aflevering vind ik ontzettend leuk!
    Soms zie ik inspiratie voor wat ik ook wel zal willen.
    Maar vaak, vaak denk ik: ieuw!!!! Dus inderdaad; leedvermaak

    • amberblogt

      Haha, dat zal het zijn! We hopen misschien stiekem op de dag dat de bewoners heel hard in huilen uitbarsten als ze hun huis terugzien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *