kinderen,  opvoeden

Hartstikke geflipt

Een tijdje terug las ik een artikel over een moeder die een briljant idee had om ervoor te zorgen dat ze minder zou flippen tegen haar kinderen.
Ze deed om haar ene arm vijf elastiekjes. Op het moment dat ze boos werd op haar kinderen, verplaatste ze één elastiekje naar haar andere arm. Het verplaatste elastiekje kon ze ‘terugverdienen’ door vijf keer een welgemeend compliment aan haar kinderen te geven.
Het doel hiervan was het inzichtelijk maken van hoe vaak ze flipte. En uiteindelijk dat ze door dat inzicht minder vaak tegen haar kinderen zou uitvallen.
Op zich is het idee nog niet eens zo slecht, behalve dan dat het inmiddels zo wijdverbreid is, dat iedereen het dus meteen kan zien als je een keer hartstikke geflipt bent.
Ik flip zelf zo vaak tegen mijn twee ruziemakende oudsten dat bij mij de elastiekjes permanent met z’n vijven om de verkeerde arm zouden zitten. Maar het voordeel dáárvan is natuurlijk weer dat niemand weet aan welke arm ze begonnen zijn. En dat men dus ook kan denken dat je nóóit door het lint gaat en dus een voorbeeldige ouder bent. (Dat laatste is overigens waar: ik ben namelijk hét voorbeeld van een ouder die voortdurend flipt.)
Ik vraag me trouwens af of de ouders die het wél een goed idee vinden zich dan ook continu schuldig gaan lopen voelen omdat ze een keertje onaardig zijn geweest:
“Oh ja, hier bij dit elastiekje zei ik dat ze geen koekjes mocht pikken. En dit elastiekje is omdat ze me in mijn gezicht sloeg en ik foei zei. En dit elastiekje hier is omdat ik boos werd toen hij zijn zusje van de trap duwde.”
Stel je voor zeg.
Tegenwoordig is het sowieso de tendens om kinderen zoveel mogelijk te pamperen. Alles om hechtingsstoornissen te voorkomen, of zoiets.
Een hechtingsstoornis krijgt een kind echt niet zomaar. En al helemaal niet als je het één keer geen koekje geeft.
Kinderen moeten vooral maar op de korte termijn gelukkig zijn, heb ik de indruk. Mama en papa mogen vooral niet laten zien dat ze de baas zijn, want dat is zielig. In plaats daarvan moet je voortdurend inspelen op de gevoelens van de kinderen.
Ik las eens een tip van een orthopedagoog. Ze zei dat je een kind dat zich misdraagt moet knuffelen en vragen wat er aan de hand is. Dat had zij namelijk ook gedaan bij haar kinderen. Het resultaat daarvan was dat ze zich allemaal onberispelijk gedroegen.
Tsja. Dat zou ik ook zeggen als ik orthopedagoog was. Het komt namelijk nogal lullig over als je dan eerlijk zegt dat je draken van kinderen hebt. Om nog maar te zwijgen over het aantal cliënten dat je op die manier misloopt.
Maar veel ouders schijnen tegenwoordig hun kinderen zonder straffen op te voeden.
Bijt je zoon andere kinderen? Dan moet je hem niet bestraffen, maar op ooghoogte met hem gaan filosoferen over de achterliggende oorzaak. En hem daarna fijn gaan knuffelen.
Ik vraag me af of er weleens een ouder geweest is die met zijn peuter stond te beraadslagen over de reden van zijn driftbui (gokje: zijn bord was de verkeerde kleur?) en toen opeens bij zichzelf dacht: “Verrek! Natuurlijk gedraagt mijn kind zich als een orang oetan met een geestelijke beperking, dat leert hij immers van mij.”
Als míjn peuter krijst omdat hij het blauwe bord krijgt terwijl hij om het groene bord vroeg – of erger nog: omdat hij het groene bord kreeg waar hij om vroeg – dan leg ik hem dus niét uit dat mama niet op zijn onredelijke eisen ingaat, omdat mama ook een mens met gevoelens is en dat mama erg verdrietig wordt als hij het niet gewoon waardeert dat mama hem überhaupt van een maaltijd voorziet.
Dan schreeuw ik terug dat hij moet ophouden met dat gekrijs en dat als hij het blauwe bord wil, hij gewoon op normale wijze om het blauwe bord moet vrágen. En dat ik dan gewoon op normale wijze nee zeg.
(Hoewel ik ook heus weleens ja zeg, als ik in een uitzonderlijk goede bui ben. Of wanneer ik, heel gek, heel even geen zin heb in gezeik.)
Ik probeer mijn kinderen in ieder geval niet in alles onmiddellijk hun zin te geven. Om me heen zie ik namelijk iets te veel voorbeelden van koters die zich gedragen als verwende prinsjes en prinsesjes.
Nou wil ik niet zeggen dat de mijne zich nooit zo gedragen, maar in ieder geval komt dat bij mij niet door de opvoeding. (Niet dat ik in de praktijk iets aan die wetenschap heb, maar het is toch wel een fijn idee. En het doet het ook goed op feesten en partijen.)
Ik word een beetje argwanend als mensen durven te beweren dat hun kinderen zich altijd voortreffelijk gedragen. Of nog erger: dat hun kinderen het beste zijn dat hen ooit is overkomen.
Dan denk ik: dan moet je wel een heel erge hekel hebben gehad aan geld, genoeg slaap, een opgeruimd huis en vrije tijd.
Ik bedoel, ik houd echt hartstikke veel van mijn kinderen en ik zou ze nóóit willen missen. Dat staat buiten kijf. De mooiste momenten die ik in mijn leven heb meegemaakt, hebben te maken met mijn kinderen. Hun geboortes, de eerste keer dat ze mama zeiden, hun eerste stapjes, de eerste knutselwerkjes.
En niet te vergeten de eerste keer dat ze een weekend bij oma gingen logeren en ik voor het eerst in jaren weer eens kon uitslapen en in mijn eentje naar het toilet kon. Dat zijn toch de herinneringen waar je het voor doet als ouder.
Maar dat gedoe met die elastiekjes is dus niet echt iets voor mij. Ik wéét namelijk al dat ik best vaak onredelijk tegen mijn kinderen ben. Maar dat is altijd hún schuld, want zij beginnen steeds. Lekker puh.
Weet je wat? Ik doe die elastiekjes gewoon om de armen van mijn kinderen. Zijn ze vervelend, dan trek ik er even aan.
Gegarandeerd dat ik dan een stuk minder vaak boos hoef te worden!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *