kinderen,  opvoeden,  ouderschap,  over mezelf

Dagje ruilen met de kinderen

Het lijkt mij best leuk om een keer een dagje met mijn kinderen te ruilen. Ik stel me voor dat dat ongeveer zo gaat.
Gaap, ik ben wakker. Het is nog hartstikke donker en stil in huis. Wat saai zeg. Ik wil radio luisteren. “Kinderen, radio aanzetten!”
Nou ja zeg, waarom komt er niemand? Dan moet ik maar wat harder schreeuwen.
“KINDEREN! RADIO AANZETTEN!”
Oh, zijn ze nu boos omdat het midden in de nacht is? Wat egoïstisch zeg. Willen slapen terwijl ik radio wil luisteren, pff.
Ha, ontbijt. Oh, gadver, het is brood met pindakaas. Ze weten toch dat ik geen pindakaas lust. En die thee is koud. En mandarijnen vind ik wel lekker, maar ik wilde ze zelf pellen, dus nu hoef ik ze niet.
Moet ik nou alwéér de was opvouwen? Dat heb ik gisteren óók al gedaan. Ik frommel het gewoon in de kast, dan lijkt het of ik alles netjes opgeruimd heb.
Ik heb geen zin meer in dit snoepje. Waar moet ik het laten… wacht, ik plak het onder de bank.
En mijn jas pleur ik hier neer. De kinderen ruimen het wel op.
Hé. De kleine heeft een koekje. Lekker! Hap. Ik eet het gewoon helemaal op, dat merkt ‘ie toch niet. Euh. Nu gaat ‘ie huilen. Nee, ik weet écht niet hoe dat komt.
Neeee, ik wil geen middagdutje doen, ik wil televisie kijken. Met chips erbij. Ik ben echt niet moe. Wat ben ík niet moe zeg. Kijk mij eens niet moe zijn. Zzzz…
Hé. Ik was toch moe, gek zeg.
Kinderen! Kijk eens wat ik kan! Ik kan op de bank dansen. Zie je wel, kinderen? Ik kan ook rondjes draaien op de b…
Au! Whèèèèh! Waarom hebben jullie me niet gewaarschuwd dat het pijn doet als je van de bank valt. Het is jullie schuld!
Het huishouden is echt vervelend. Ik doe gewoon alsof ik ziek ben. Wie weet trappen de kinderen er wel in. Dan kan ik lekker de hele dag op de bank VT Wonen kijken.
Even kijken of het lukt. “Auwww, ik heb zó’n buikpijn. Ja, ik heb denk ik iets verkeerds gegeten. Zie je nou wel. Van die gezonde groenten van jullie ben ik hartstikke ziek geworden. Misschien moeten we voortaan maar lollies eten.”
Kinderen! Ki-hinderen! KIIIIIIIIIIINDERENNN!!! Waarom luisteren jullie nooit naar me als ik iets vertel. Ik was net alle 772 personages uit Harry Potter voor jullie aan het opnoemen! Het lijkt nu net of jullie dat niet interessant vinden.
Nu wil ik tekenen, maar ik weet niet wat. Wil jij het voor me doen?
Wat is dat dan precies, een hond of zo? Oh, een paard. Nou, het lijkt anders precies op een hond. Jij kan echt niet tekenen! Ik kan dat veel beter, kijk maar.
Ik verveel me echt kapót. Niemand wil met me koffie drinken en ik heb ook geen zin om te lezen en Monopoly kan niet in je eentje. Van mijn telefoon ben ik de lader kwijt en hij is nét hartstikke leeg. En mijn fiets heb ik bij de buren in de tuin gezet. En ze zijn nu niet thuis en hun schutting zit op slot, dus ik kan ook niet fietsen.
Ik ga morgen op de koffie bij de buurvrouw. Ja, op het tijdstip dat ik jullie van school moet halen. Dus eigenlijk kan het niet. Maar ja, ik heb het nu al afgesproken, dus. Dat vinden jullie niet erg, toch?
Gaan we eten? Ik zit nog propvol van het middageten. Of eten we patat? Daar kan ik wel zes borden van op! Helaas, het is spinazie. Nee, ik heb toch niet zo’n trek.
Oké, één hap dan. Bah, wat smerig. En mijn buik doet zeer.
Is er een toetje? Mjammie!
Even zo langzaam mogelijk mijn pyjama aantrekken. Eens kijken of ik mijn record van gisteren kan verbreken. Wauw, het is me gewoon gelukt om er exact 24 minuten over te doen. Ik ben goooeeed!
Mijn shirt is eigenlijk een beetje vies. Maar de wasmand is zó ver weg, dan moet ik wel twéé extra stappen zetten. Ik leg het wel in de hoek achter de deur neer, dan merken de kinderen het niet.
Oh, mijn broek is nog schoon. Maar ik loop nu toch toevallig langs de wasmand. Kan ‘ie er gelijk wel in. Hij komt toch vanzelf weer opgevouwen in mijn kast terug.
Is het bedtijd? Ik heb echt ontzettende dorst. Niet te doen gewoon, die dorst. Het is net alsof ik dagen zonder water in de woestijn gelopen heb. Ik moet echt wat drinken, mijn mond is hartstikke droog, kijk maar.
Mijn drinken is op. Moet ik nu al naar bed? Maar ik moet onwijs nodig naar de wc. Ja, ik weet wel dat ik net geweest ben, maar als je moet, dan moet je. En anders worden jullie weer boos omdat jullie om 4 uur ’s morgens mijn bed moeten verschonen, ja toch.
Zo, ik heb geplast. Ik hoef toch nog niet naar bed? Oh, wel? Had ik al gezegd hoeveel honger ik heb? Mijn maag knort keihard. En ik mag niet eens eten van jullie. Ook geen héél klein appeltje? Of een stokbrood?
Wat doet die deken in mijn bed. Het is míjn bed. Hallo, opzouten met die deken.
Oh, nu heb ik het koud. “Kiiiiiinderen!!! Ik heb het koud! Ik wil deken!”
Misschien moet ik toch maar gaan slapen. Dan ben ik morgen om 6 uur weer fit genoeg om mijn kinderen de hele dag te irriteren. Welterusten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *