feesten,  Sinterklaas

Sinterklaas, wat doet u nu?!

Er is, zoals de meeste mensen inmiddels vast wel gemerkt hebben, al jaren een discussie gaande over Zwarte Piet.
Eerlijk gezegd begrijp ik niet zo goed waarom niemand op het idee gekomen is om ook eens kritisch te kijken naar Sint Nicolaas. Zeg nou zelf: Sinterklaas ziet er toch vaak uit alsof hij een wandeling door de voddenmand gemaakt heeft en daarna met zijn gezicht op een plakkerig schaap gestruikeld is.
Op de school van mijn oudste zoon verscheen eens een Sint die sterk de indruk wekte zich te hebben verslapen en daarna het eerste beste tafelkleed ergens vandaan te hebben gegrist. De etensresten kwamen er bij wijze van spreken nog uitvallen – en er bungelde nog net geen kaartje met ‘35% korting’ aan zijn baard.
Bij een tankstation in Drenthe troffen wij eens een Sinterklaas die het helemaal bont maakte: “Moi kinder’n. Mut ‘ie ook een beetie pepernoot’n hebb’n?” (Het viel me nog mee dat hij een tabberd droeg, maar misschien had hij zijn overall er wel gewoon onder.)
Zelfs de Sinterklaas van de nationale intocht kun je tegenwoordig toch niet meer serieus nemen. Zijn baard kan er weliswaar mee door, maar die lach! Hij lacht net zo maniakaal als die ene gast uit ‘Flodder’. En ik verwacht steeds dat hij ieder moment vanaf zijn stoomboot in zee kan gaan staan pissen. (Sinterklaas, wat doet u nu?!)
Maar behalve het uiterlijk van de meeste Sinterklazen is eigenlijk het hele feest nogal ongeloofwaardig natuurlijk. Ik weet niet of iemand bijvoorbeeld weleens heeft uitgerekend hoeveel huishoudens Nederland telt, maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat het voor een oude man best veel werk moet zijn om al die huishoudens op één en dezelfde avond te verblijden met cadeaus, die notabene via de daken bezorgd moeten worden. En dat nog wel op een páárd.
Mijn vader was er als kind van overtuigd dat dit een zeer speciaal paard was dat enorm snel kon galopperen. Ze zongen toch niet voor niets dat hij ‘Ozosnel’ heette?
(“Ja hij komt in donkere nachten, op zijn paardje Ozosnel.” Je moet er maar opkomen.)
Maar toch, we hebben het wel over een bejaarde!
“Hoe waaien zijn rimpels al heen en al weer,” aldus mijn oudste dochter (7), voor wie het dit jaar hoogstwaarschijnlijk de laatste keer is dat ze in de goedheiligman gelooft. Volgend jaar gaat ze naar groep 5 en zullen er surprises gemaakt worden. Ik ben heel benieuwd hoe ze dat gaat opnemen.
Ik weet nog goed hoe ik er zelf achter kwam dat het allemaal niet echt was. In groep 4 kwam er bij mij op school een schele Sinterklaas. Die avond vroeg ik mijn vader, die directeur van een andere basisschool was, het hemd van het lijf over hoe de Sint op zíjn school eruit had gezien.
Wat voor kleur schoenen had hij, droeg hij een ring?
Mijn vader antwoordde overal op: “Dat weet ik niet hoor, ik heb er niet op gelet.”
Hoewel ik mijn vader er nooit op heb kunnen betrappen dat hij bijzonder veel interesse voor kleding en sieraden had, vond ik dat toch wel een beetje verdacht. En dat was het begin van het einde van mijn geloof.
Mijn ouders vonden dat wel prima. Nu kon ik tenminste niet meer steeds stiekem de chocolademunten uit hun schoenen óók opeten, zonder dat ze er iets van konden zeggen omdat ze zogenaamd niet wisten wat Piet in hun schoen gestopt had.
Rondom pakjesavond was ik bovendien ieder jaar zó druk dat ik tegen de tijd dat de cadeaus arriveerden vaak kotsend op de bank lag. Mijn ouders zijn ook nog eens beiden jarig in de week van 5 december, dus je begrijpt wel dat het voor mij wat te veel werd. Het was zelfs zo erg dat ik de feesten en bijbehorende liedjes door elkaar haalde en uit volle borst “Kindje Jezus, kom maar binnen met je knecht” ten gehore bracht.
Wij hebben overigens nog heel lang Sinterklaas gevierd ‘zoals het hoort’, met schoen zetten en een echte pakjesavond, want ik heb een broertje dat zes jaar jonger is dan ik.
Toen aan hem tenslotte het grote geheim van Sint Nicolaas onthuld werd, reageerde hij nogal nuchter: “Dat wist ik allang hoor.” Waarop mijn ouders vroegen: “Waarom heb je dat dan niet gezegd?” en hij doodleuk antwoordde: “Ik dacht dat jullie het nog niet wisten en ik vond het zo zielig om het te vertellen.”
(Wie dan volgens hem al die tijd de cadeautjes in z’n schoen gedaan had?)
Bij vrienden van ons was het de gewoonte om bij het schoenzetten ook een grote teil water voor het paard neer te zetten, die ‘s ochtends natuurlijk leeg was.
Nadat hun zoontje op de hoogte was gebracht van het feit dat de Sint niet bestaat en zijn ouders zélf verantwoordelijk waren voor het vullen van de schoenen, vroeg hij zich vertwijfeld af of ze dan ook iedere keer die hele teil water met z’n tweetjes leeggedronken hadden.
Alvast een fijne Sinterklaasavond voor iedereen die het viert, en houd de mannen binnen, want je weet dat Zwarte Piet de neiging heeft om langs te komen precies op het moment dat de man des huizes de hond uitlaat of suiker gaat lenen bij de buren. En het is toch eeuwig zonde dat al die vaders elk jaar het spektakel missen. (De mijne was op 5 december altijd een videoband naar de videotheek aan het brengen als het Piet behaagde om ons met een bezoek te vereren.) Dus wees gewaarschuwd en sluit alle vaders gewoon op in huis.
We zullen zien of mijn oudste dochter er nog een keer intrapt of dat haar geloof toch aan het wankelen wordt gebracht. Misschien is de Sinterklaas op haar school dit jaar wel een Chinees.
Of hij roept ineens: “Kijk ‘s Piet, geile wijven!”

Lees ook: Ieder jaar hetzelfde liedje

5 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *