Waarom ik vier kinderen heb

Er wordt mij best vaak gevraagd waarom ik zoveel kinderen heb.
Goeie vraag! Ik vraag me dat ook wel eens af.
Ja, hè hè, ik weet natuurlijk wel hoe ik eraan gekómen ben.
Maar waarom ik eraan begónnen ben is mij eerlijk gezegd soms ook een raadsel.
Mijn eerste kind, een jongen van tien, was namelijk ontzéttend moeilijk als peuter. En als ik zeg moeilijk, dan bedoel ik ook echt extreem problematisch moeilijk.
Denk: peuter die middagdutje heeft overgeslagen met onbedaarlijke driftbui midden in supermarkt tijdens spitsuur en dat keer 24/7 x 365. Maar daarover zal ik nog wel eens een apart stuk schrijven. (Of een boek. Of een omnibus.)
Toch durfde ik het aan om een tweede kindje te krijgen. Of misschien moet ik zeggen: ik durfde het aan om een tweede kindje te krijgen, omdat het onmogelijk nóg erger kon worden.
Mijn tweede kind werd een dochter van zeven (niet meteen natuurlijk, maar na zeven jaar ongeveer).
Een makkelijkere peuter dan zij was had ik nog nooit meegemaakt. Dat zegt natuurlijk niet zoveel, aangezien haar broer mijn enige vergelijkingsmateriaal was.
Maar ze luisterde als ik iets zei (haar broer veinsde altijd dat hij doof was en deed ondertussen Hamertje Tik op een vaas).
Ze deed wat ik vroeg in plaats van precies het tegenovergestelde. Ze kon zich uren vermaken met iets simpels als een pollepel (haar broer was op al zijn speelgoed binnen een minuut uitgekeken en ging het dan in iemands koffie gooien).
En in tegenstelling tot haar broer, die de hele tijd wegliep en héél hard kon rennen en er zodoende voor zorgde dat mijn conditie – niet te verwarren met mijn humeur – op peil bleef, hield zij altijd keurig mijn hand vast en bleef ze netjes naast me lopen.

Lees ook: Even wennen (over de eerste keer peuterspeelzaal van mijn zoon)

Ik begon in te zien dat ik heus wel kon opvoeden, maar dat mijn oudste dat alleen nog niet echt in de gaten had.
Dus durfde ik het ook wel aan om voor een derde te gaan. Op hoop van zegen dat dit net zo’n makkelijk kind zou zijn als zijn of haar zus, zodat ik méér goed opgevoede kinderen dan losgeslagen projectielen zou hebben. En dat iedereen dan kon zien dat ik, procentueel gezien, heus wel wist waar ik mee bezig was. Als ruim 66 procent van je kinderen zich wél weet te gedragen heb je het best goed gedaan, toch.
Maar 75 procent is eigenlijk nóg beter, was mijn gedachte.
Nou, vandaar dus dat ik vier kinderen heb.
Echter, mijn vierde werd een huilbaby. Hij huilde alleen niet als hij sliep (wat hij bijna nooit deed) of aan de borst lag (wat hij dientengevolge bijna altijd deed).
Ondertussen veranderde zijn anderhalf jaar oudere zusje van een schattige dreumes in een terrorpeuter. En zijn andere zus van een lief kleutertje in een bijdehante derdegroeper. De enige die hetzelfde bleef als altijd was grote broer; die heeft nu nog stééds niet door dat ik kan opvoeden.
En als klap op de vuurpijl heb ik een speciaal gironummer moeten openen voor als de twee oudsten zich per ongeluk binnen een straal van vijf kilometer van elkaar bevinden. (Giro 555, voor vreselijke rampen.)
Daar zit ik dus middenin. Ik zou eigenlijk een scheidsrechtersfluit in mijn ochtendjas moeten hebben, omdat ik vechtpartijen moet beslechten zodra ik opsta. Ik vind haarknipjes in de pindakaas en beschimmelde krentenbollen in m’n jaszak (dankzij de peuters). Ik heb de hele dag het gevoel dat ik word achtervolgd en dat lijkt misschien lichtelijk paranoïde, maar het is mijn jongste die in paniek raakt als ik langer dan drie seconden uit beeld ben.
Vaak denk ik: “Waar ben ik in hemelsnaam beland?” En: “Wanneer maakt iemand me wakker?”
Maar om 5 uur ’s morgens, als er in ons huis altijd minimaal één iemand begint te krijsen (meestal een van de kinderen – hoewel de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat ik het ook wel eens ben, maar dan zijn zíj begonnen), denk ik juist weer: “Wanneer laat iemand me nou eens slapen?”
Gelukkig heb ik één troost.
Ik vind mijn man nog steeds heel leuk. Maar nu runnen we samen de bv Het Gezin. En iedereen weet hoe het zit met liefde op de werkvloer: privé en werk moet je gescheiden houden.
Het zou dus echt een wonder zijn als er ooit een baby nummer vijf zou komen.

6 reacties Voeg de jouwe toe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *