Dingen die ik nu, aan het eind van mijn zwangerschap, zat ben

1. Positiekleding.
Tijdens mijn zwangerschap heb ik veel leuke positiekleding gekocht én gekregen, maar ik pas nu alleen nog maar één broek (waar lijmvlekken in zitten – lang leve surprises maken) en één legging (en die is eigenlijk niet warm genoeg).
Iets nieuws kopen voor de laatste weken – of misschien zelfs dagen – vind ik zonde van het geld, dus thuis loop ik de hele tijd in mijn pyjamabroek, zodat de rest een beetje schoon blijft. En heb ik het buiten koud – of zie ik eruit als een Teletubbie die ruzie heeft gehad met een tube lijm (wat strikt genomen nog klopt ook).

2. De benauwdheid.
De baby drukt op mijn longen en ik hoest wat af. Daardoor plas ik soms in mijn broek – of in bed. (Sorry voor de details.) En ik ga dan iedere keer manisch controleren of het niet per ongeluk tóch vruchtwater is – wat het nooit is.
Ik heb een grote voorraad luiers in huis, maar toevallig nét niet in mijn maat.

3. Het slapen.
Of zeg maar: het niét slapen. Vooral heel irritant omdat de man iedere nacht wél lekker ligt te snurken. Kan hij niet uit solidariteit óók wakker blijven of zo?! Het is toch ook zíjn kind.

4. De vragen.
Of ik het al zat ben (ja), hoe lang ik nog moet (geen idee) en of de baby er nou nóg niet is (jawel, maar ik heb hem thuisgelaten en oh ja, ik ben ook nog steeds enorm dik, heel gek).

5. De verhalen van andere vrouwen.
Over dat zíj al bevallen waren met 37 weken (grr!) – of juist pas met 42 weken (ook grr!). En dat ze een horrorbevalling hadden (grr!) – of juist heel makkelijk en bijna pijnloos bevielen (grr!).
Eentje vertelde me zelfs dat haar kindje tijdens de bevalling overleed en dat ik maar moet hopen dat bij mij alles goed gaat. (Wat ik uiteraard ook hoop.)

6. De nesteldrang.
Ik wil dat alles spic en span is, maar omdat hier vier kinderen, drie katten en een man rondlopen die helemaal niéts van het fenomeen ‘nesteldrang’ begrijpen (en overigens ook niet van het fenomeen ‘opruimen’) is dat onbegonnen werk.
Ik vraag me daarnaast af of ik zo graag wil dat het schoon en netjes is omdat baby’s extreem veel last schijnen te hebben van uitpuilende wasmanden, of omdat ik me gewoon zal schamen tegenover de kraamhulp als mijn huis een bende is.

7. De onzekerheid.
Of alles wat ik voel misschien een teken is van de naderende bevalling, of dat het nog weken gaat duren.
Ik googel me suf op ‘kramp in elleboog teken begin bevalling?’ en ‘helpt stofzuigen om weeën op te wekken’, maar tot nu toe zit de baby nog gewoon muurvast, vrees ik.

8. Eten.
De verloskundige zegt dat je als zwangere gewoon mag toegeven aan je ‘cravings’, maar ik heb al bijna negen maanden enorm veel zin in een broodje met filet americain.
Ik heb de veganistische versie geprobeerd en die was met wat uitjes, zout en peper best goed te eten, maar leek in de verste verte niet op de echte. Een boterham met pindakaas zou met zout en uitjes waarschijnlijk ongeveer hetzelfde smaken. Helaas, pindakaas.

9. Dat ik onuitstaanbaar ben.
Dat zou misschien redelijk zijn als ik het alleen tegen de man was – per slot van rekening is het zíjn schuld -, maar ik ben ook niet op mijn best tegen de kinderen. Zelfs de katten irriteren me mateloos, omdat ze niet netjes genoeg eten naar mijn zin. Of te luid spinnen.

10. In bed komen nu het op klossen staat.
Omdat er toevallig geen hijskraan naast staat. (Paste niet in de slaapkamer.)

11. Uit bed komen nu het op klossen staat.
Omdat ik toevallig geen parachute bezit.

12. Dat ik loop als een eend.
Een aangeschoten eend, welteverstaan.

13. Dat we geen thermostaatkraan in de keuken hebben.
Waardoor je eerst je handen wast met ijskoud water, om je vervolgens te verbranden. En als ik er dan een héél klein beetje koud water bij doe is de straal veel te hard, spettert alles eronder en bevries ik bijna.
Oké, dat heeft niks met mijn zwangerschap te maken – of misschien toch wel (zie punt 9).

14. Dat ik ook nog ziek ben.
En dat iedereen zegt: “Ik hoop voor je dat de baby nu nog even blijft zitten.”
Terwijl het volgens mij een stuk relaxter zou zijn om met griep én mijn baby in het kraambed te liggen dan om voor vier kinderen, drie katten, een man en het huishouden te zorgen – met griep en zónder kraamhulp.

15. Dat ik bezig ben met dit lijstje.
In plaats van met bevallen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *